Als rouw, poëzie en vorm samenkomen

Wanneer woorden kunst worden
Het gedicht Funeral Blues van W.H. Auden is voor veel mensen herkenbaar. Het is niet alleen bekend uit de literatuur, maar ook door de film Four Weddings and a Funeral, waarin het gedicht wordt voorgedragen tijdens een uitvaart door de acteur John Hannah. In die scène wordt pijnlijk duidelijk wat Auden bedoelt: na een groot verlies staat de wereld stil, terwijl alles om je heen doorgaat.
Auden vertelt de rouw op vooral beeldende manier. En juist dat beeldende karakter raakt aan wat een persoonlijk grafmonument kan zijn.
Rouw laat zich niet uitleggen
“Stop all the clocks.”
Met die ene zin vraagt Auden niet om begrip, maar om stilte. Telefoons moeten zwijgen, muziek moet stoppen, zelfs de hemellichamen mogen verdwijnen. Het gedicht legt niets uit en biedt geen troost. Het toont hoe rouw voelt.
Bij het ontwerpen van een grafsteen of grafzerk speelt datzelfde een rol. Het gaat niet om wat er hoort of verwacht wordt, maar veel meer om wat er klopt. Een vorm die passend is, die verbeeldt en suggereert of rust geeft. Een materiaal dat past bij de overledene. Soms is minder en klein krachtiger dan meer of groot.
Een kunstzinnig en persoonlijk gedenkteken
Funeral Blues is bijna beeldhouwkunst in taal. Met eenvoudige woorden wordt een groot gevoel neergezet. Dat is ook hoe ik kijk naar een kunstzinnig grafmonument: het spreekt op authentieke wijze over de overleden – zegt veel met weinig.
Materialen zoals glas, RVS of cortenstaal hebben elk hun eigen uitstraling. Glas vangt licht, staal is helder en sterk, cortenstaal verandert door weer en seizoenen. Dat maakt een grafsteen niet statisch, maar levend in zijn omgeving. Niet schreeuwend, wel aanwezig.
Een persoonlijk gedenkteken ontstaat met aandacht. In het zoeken naar verhouding, lijn en eenvoud. Net zoals bij een kunstwerk hoeft niet alles benoemd of uitgewerkt te worden om voelbaar te zijn.
Het persoonlijke zit vaak in het detail
Het meest persoonlijke deel van Audens gedicht zit niet in grote woorden, maar in deze twee regels:
He was my North, my South, my East and West,
My working week and my Sunday rest.
Er wordt niets verklaard, maar alles gezegd. Dat zie ik ook vaak terug in de wens voor een passend gedenkteken, grafsteen of grafzerk: geen tierlantijnen, geen hele verhalen, maar een vorm die passend is vaak met een of meer subtiele details die het extra persoonlijk maken en herkenbaar zijn voor de nabestaanden. Een handgeschreven naam. Een subtiele vorm. Een kleine afwijking die betekenis draagt.
Dat maakt een grafsteen persoonlijk én kunstzinnig.
Een grafsteen als stille sculptuur
Een grafmonument hoeft niets op te lossen. Net als Funeral Blues mag het rauw zijn en onbeantwoord laten wat niet te beantwoorden is. Je staat erbij stil, kijkt, en de tijd vertraagt even.
In die zin is een grafzerk ook een stille sculptuur in de openbare ruimte. Je staat er bij stil en verwondert je.
Misschien is dat wel de kern van een kunstzinnig persoonlijk gedenkteken: net als Audens gedicht zoekt het geen woorden voor het verlies, maar maakt er ruimte voor.
Het hele gedicht van W.H.Auden
Stop all the clocks, cut off the telephone,
Prevent the dog from barking with a juicy bone,
Silence the pianos and with muffled drum
Bring out the coffin, let the mourners come.
Let aeroplanes circle moaning overhead
Scribbling on the sky the message ‘He is Dead’.
Put crepe bows round the white necks of the public doves,
Let the traffic policemen wear black cotton gloves.
He was my North, my South, my East and West,
My working week and my Sunday rest,
My noon, my midnight, my talk, my song;
I thought that love would last forever: I was wrong.
The stars are not wanted now; put out every one,
Pack up the moon and dismantle the sun,
Pour away the ocean and sweep up the wood;
For nothing now can ever come to any good.
=========================================
Mooie vertaling door Willem Willmink
Begrafenisblues
Zet stil die klokken. Telefoon eruit.
Verbied de honden hun banaal geluid.
Sluit de piano’s, roep met stille trom
de laatste tocht van deze dode om.
Laat een klein vliegtuig boven ’t avondrood
de witte boodschap krassen: Hij is dood.
Doe crêpepapier om elke duivenkraag
en hul de luchtmacht in het zwart, vandaag.
Hij was mijn Noord, mijn Zuid, mijn West en Oost,
hij was al mijn verdriet en al mijn troost,
mijn nacht, mijn middag, mijn gesprek, mijn lied,
voor altijd, dacht ik. Maar zo was het niet.
Laat in de sterren kortsluiting ontstaan,
maak ook de zon onklaar. Begraaf de maan
Giet leeg die oceaan en kap het woud:
niets deugt meer, nu hij niet meer van me houdt.


