Nieuws

een verhaal over nabij willen zijn

‘Wat geef je mee’?

Het is eind maart en het begin van de coronatijd. Het aantal opnames in het OLVG neemt
explosief toe. Op de cohort afdeling, een afdeling voor patiënten met/verdenking op
corona, heb ik voor het eerst een consult palliatieve zorg.
Ik weet niet wat me te wachten staat en ken alleen de beelden uit de media. Het is
spannend: waar stap ik binnen? Wat tref ik aan? Hoe zijn de patiënten er aan toe?
De onzekerheid over het nog onbekende.
De afdeling oogt chaotisch. Er is veel personeel in beschermend pak of zijn bezig zich om te
kleden. Ze halen materiaal voor collega’s, die vast staan op een zaal. De gangen staan vol
met kasten, waar kleding, handschoenen, desinfectiemiddelen, mutsen en mondmasker
inzitten.
We hebben een COVID Multi Disciplinair Overleg, waarbij een internist, een longarts, de
assistenten van deze specialismen, een IC arts, een microbioloog en ik als consulent
palliatieve zorg, aanwezig zijn. Daar hoor ik dat er een patiënt op één van de cohort
afdelingen ligt die het niet gaat redden. Er wordt mij gevraagd om mee te denken en te
adviseren over het symptoombeleid.
Direct na het MDO ga ik naar de desbetreffende patiënt. Ik kleed me aan volgens de
voorschriften, met alles erop en eraan. Er is een vaste volgorde, die met picto’s staat
uitgelegd. Het voelt warm, opgesloten en onpersoonlijk.
Ontmoeting
De man ligt op een zaal met andere patiënten. Ieder omsloten
met gordijnen. De patiënt spreekt geen Nederlands. Wel een
klein beetje Engels en maakt een verwarde indruk. Hij kijkt
angstig uit zijn ogen, beweegt onrustig, grijpt in de lucht en
geeft korte, onsamenhangende antwoorden. Alle symptomen
van de stervensfase van COVID-19 zijn aanwezig: dyspneu,
pijn, angst, delier en eenzaamheid.
Er is niemand die tijdens zijn opname contact heeft gezocht en de vriend die in zijn dossier
staat neemt zijn telefoon niet op. De telefoon van de patiënt is leeg en hij kan me ook geen
nummer geven. Wie kunnen we bereiken om nog afscheid te nemen?
De patiënt gelooft in God. Hij gelooft dat God bij hem is. Het lukt mij niet erachter te komen
van welke kerk of gemeenschap hij lid is.
Houvast
Ik zit bij hem en houd zijn hand vast, wat hem kalmeert. Met het vasthouden van zijn hand
heeft de situatie nog iets menselijks. Ondanks de barrière van een pak, muts, bril,
mondkapje en handschoenen krijg ik de indruk – of hoop ik – dat het hem wel nabijheid
geeft. Hij ziet mijn ogen en hoort mijn stem. Het is goed om rust en nabijheid te kunnen
bieden en te kijken of er iets is dat ik voor hem kan doen. Ons gesprek is kort, omdat ik snel
achter de juiste medicatie aan wil en hem van zaal wil verhuizen.
2
Terug op de verpleegpost overleg ik met mijn achterwacht. We stellen een beleid op van
symptoombestrijding, wat door de behandelend arts wordt overgenomen.
We verhuizen de man naar de palliatieve unit, waar bezoek mag komen.
De behandelend arts belt met de huisartsenpost voor een ander nummer van een
contactpersoon, maar ook dit lukt niet wat leidt tot een dilemma. De patiënt is
oncomfortabel. Het liefst zouden we meteen sederen. Maar we willen niet opgeven. We
willen blijven proberen iemand te bereiken, zodat er de kans is om afscheid te kunnen
nemen.
Contact
De patiënt is in goede handen, met de juiste medicatie en een plan. We hebben ons ingezet
waar we kunnen, om zijn naaste te bereiken. Uiteindelijk zijn er mensen van zijn kerk, die
zelf contact opnemen en meteen langskomen. Helaas is de patiënt dan al niet meer
aanspreekbaar. Vanuit het gezichtspunt van naasten kan er toch afscheid genomen worden.
Diezelfde avond overlijdt hij.
Hoewel zorgen voor ongeneeslijk zieke mensen en mensen begeleiden in de stervensfase
voor mij niet nieuw en de kern van mijn werk is, blijft deze patiënt op mijn netvlies staan als
ik denk aan de corona tijd. Vanwege de gehele sfeer, de eenzaamheid en het nabij willen
zijn ondanks de beperkende kleding. Maar ook doordat alles wat je uit het nieuws meekrijgt
over COVID-19 hier voor het eerst voor mij een gezicht kreeg. De rauwe werkelijkheid van
een ziektebeeld wat heel snel en grillig kan verlopen.
Nicolette Gunnink,
consulent palliatieve zorg OLVG
KLIK HIER voor meer informatie over Palliatieve zorg en Pal in de Stad