Nieuws

De eenvoudigste uitvaart die ik ooit meemaakte

Een paar dagen geleden overleed Hans. Een nogal excentrieke vrijgezel van 79 die er uit zag alsof hij eeuwig 65 zou blijven. Een tenger en soepele man meestal gekleed in een nette broek en een roze overhemd. Hij liep op een manier dat het leek alsof hij voortdurend voorover viel en snel stapte om te voorkomen dat hij daadwerkelijk de grond zou raken. In een fiks tempo dus.

Zijn huis was meer dan karig ingericht, alleen het allernoodzakelijkste was aanwezig, een tafel met een stoel, een slaapbank en een lamp. Aan de muur een kalender, foto’s van guru’s, zeker geen moderne kunstwerken of sculpturen.

Hans was in zijn jonge jaren chemicus geweest die voor Philips werkte. Hij werkte zeer getrouw en consciëntieus, maar zijn hart was er niet echt bij geweest.  Toen hij in de jaren zestig Transcendente Meditatie ontdekte was er geen houden meer aan: Hans had zijn richting in het leven gevonden. Hij zegde zijn baan in het laboratorium op en zou voortaan het spirituele pad bewandelen. Dat heeft hij ook tot zijn dood gedaan, op zijn eigen eigenzinnige en eigenwijze wijze. Hij was vies van ieder compromis en wilde alleen de essentie, de naakte waarheid en de zuiverste kennis. Hoewel Transcendente Meditatie zijn anker bleef bevoer Hans ongeveer alle spirituele zeeën en rivieren en zelfs modderpoelen die je maar kunt bedenken. Ook de meest obscure richtingen moesten op waarheid onderzocht worden.

Dat hij in zijn drang naar waarheidsbevinding een beetje extreem te werk ging en nogal goed gelovig kon zijn ontging hem zelf. Toen hij zich vrijwillig voor drie maanden in totale eenzaamheid in een geheel verduisterde ruimte liet opsluiten om op die manier een nieuw gebit te laten groeien was dat voor hem een normale zaak. Hij wilde toch tenslotte graag nieuwe tanden. Toen hij na drie duur betaalde maanden duisternis en eenzaamheid het daglicht weer aanschouwde bleken helaas zijn tanden nog dezelfde te zijn. Of hij zijn geld terug heeft gekregen betwijfel ik.

Geheel in lijn met Hans zijn stijl van leven weigerde hij zich door een reguliere arts te laten behandelen toen er prostaatkanker geconstateerd werd. Vanzelfsprekend werden vele alternatieve aanbieders van bijzondere geneeswijzen geconsulteerd. Het bijzondere is zij vaak verbeteringen constateerden terwijl de kanker ongestoord doorwoekerde.

Toen het einde in zicht kwam en Hans door kreeg dat hij zou komen te sterven vroeg hij zijn vrienden een oogje in het zeil te houden. Zij hebben hem de laatste weken met veel liefde en toewijding zo goed en zo kwaad als het ging geholpen. Op het allerlaatst kwam nog zijn neef met zijn vrouw langs en die hebben ook tot het einde over hem gewaakt. Vlak voor zijn dood had Hans aangegeven wat zijn wensen waren voor zijn uitvaart namelijk: géén uitvaart, géén kist of mand, maar een plank, géén uitvaartondernemer, zeker géén dure lijkwagen en ook géén publiek en al helemaal geen grafmonument of gedenkteken.

Ik wist hier niets van af, het verbaasde me wel dat het tijdstip van zijn uitvaart om 8 uur ’s ochtends was gepland. Beetje vroeg leek, maar ja sommigen hebben een drukke agenda dacht ik nog.  Toen ik volgens afspraak op dat tijdstip bij het huisadres van Hans aankwam waren er drie volwassenen.

Hans lag in de woonkamer op een plank op twee schragen in een wit 2 persoonslaken gewikkeld. Om te voorkomen dat zijn lichaam van de plank af zou kunnen vallen was Hans met drie dikke touwen vastgebonden op de plank. Dat was best een confronterend gezicht. Omdat Hans al begon te ruiken stonden alle ramen en deuren tegen elkaar open en woei er een stevige bries door het huis.

Een goede vriend van Hans reed zijn stationwagen voor en de achterklep ging open. Dit was het alternatief voor een officiële lijkwagen. Net zo snel en een stuk goedkoper.  Omdat de ruimte te kort was zou Hans schuin omhoog vervoerd moeten worden. (vandaar die touwen). Om de plank aan een kant omhoog te houden stonden er twee stutten achter de voorste stoelen.  De laadruimte was belegd met grote vellen plastic en op het plastic stonden weer twee lekbakken die je normaal onder een wasmachine zet. “Ja Hans lekt al een beetje” zei hij met een lachje. Met vereende krachten werd Hans het huis uitgetild en in de auto geschoven, alle 1,5 meter Corona-maatregelen negerend. Niemand had handschoenen of mondkapjes op.  Na wat getrek en geduw paste het allemaal net.

Het laatste ritje van Hans was aangebroken. Met de geïmproviseerde lijkwagen en twee volgauto’s reden we van Hans zijn huis linea recta naar de achteringang van het crematorium. Daar kwamen we om klokslag half negen aan, het crematorium zou pas om 9 uur open gaan. We waren dus ruim op tijd. Dat waren de medewerkers van het crematorium ook, want om kwart voor negen gingen de deuren open. Twee vriendelijke medewerkers haalden een karretje en gezamenlijk trokken we de plank met het lichaam van Hans uit de auto. Met vereende krachten werd de plank op het karretje getild. De touwen hoefden er niet af: “we schuiven hem zo in zijn geheel in de oven”.

Na nog snel een foto gemaakt te hebben en een “dag Hans” ging het weer op huis aan waar we nog even met zijn allen een kopje kruidenthee dronken, nee koffie was natuurlijk niet in de keukenkastjes te vinden; evenmin suiker en melk. Dat was dus de uitvaart van Hans, precies zoals hij het gewenst had. Alleen het meest noodzakelijke, alleen de essentie waar Hans altijd zo naar had gezocht in het leven.

Het was de meest kale uitvaart die ik ooit meegemaakt had, maar ondanks dat was er een warm liefdevol gevoel, geen verdriet en geen zwaarte. Gewoon: een leven voorbij, niks om treurig over te zijn.